In 2010 is door M. Hoekstra en S.M.H.M van Gemert van de Hogeschool Utrecht een onderzoek uitgevoerd naar de bewezen effectiviteit van therapie met de prismabril volgens het Utermöhlen principe.
Uit een groep van 2000 personen werden 200 willekeurige personen geselecteerd. Deze 200 personen hebben een vragenlijst toegestuurd gekregen. Er kwamen 86 anoniem ingevulde vragenlijsten terug. Het resultaat van het onderzoek wordt weergegeven in de onderstaande grafieken.
Conclusie van het onderzoek
Omdat weinig over de therapie met de Utermöhlen prismabril bekend is, wordt deze therapie door vele professionals in twijfel getrokken. Dit blijkt niet terecht als we kijken naar de resultaten van dit onderzoek. Een ruime meerderheid van respondenten gaf aan erg goed geholpen te zijn, minder vaak en minder hevig last te hebben van duizeligheidaanvallen en deze therapie aan te raden aan anderen met de ziekte van Ménière.
Alle hypothesen zijn dan ook bevestigd. Mensen die de ziekte van Ménière hebben, geven aan geholpen te zijn met een Utermöhlen prismabril. Hiermee is de centrale onderzoeksvraag beantwoord.
Alle grafieken uit het onderzoek hebben we voor u op een rijtje gezet. Zo krijgt u snel een goede indruk van de resultaten.