Ziekte van Ménière

Wat is de ziekte van Ménière?

De Ziekte en in zekere mate het Syndroom van Ménière is een binnenooraandoening. Mensen die aan deze ziekte lijden kunnen last hebben van gehoorverlies, oorsuizen (tinnitus), aanvallen van draaiduizeligheid en evenwichtsstoornissen (vertigo) van vestibulaire aard. Deze ziekte kan op elke leeftijd ontstaan.

De Ménière aanval is vaak onvoorspelbaar en gaat gepaard met de volgende verschijnselen:
* Aanloopperiode (zgn. prodroom) waarvan de tijdsduur kan zijn van 5 minuten tot enige uren. Hierbij treedt een gevoel van compleet onwelzijn op.
* Snelle oogbewegingen, de patiënt krijgt het gevoel buiten bewustzijn te raken.
* Last van sterk transpireren, oorsuizen en ziet er krijtwit uit.
* Naar gevoel in de benen, (zwabberig alsof ze opgepompt zijn met lucht).
De tijdsduur van een Ménière aanval kan sterk variëren: 10 minuten tot soms meerdere dagen.
Gedurende een aanval is de patiënt volkomen uitgeschakeld. 

Wat de patiënt op zo’n moment nodig heeft:
* Een plek om te liggen (zitten als de aanval van korte duur is), bij voorkeur in het schemerduister. Vooral niet in het donker, want er moet een zeker contact blijven met de buitenwereld. De ogen moeten geopend blijven.
* Rust. De patiënt voelt zich hulpeloos, geen harde geluiden, drukte of paniek in de omgeving van de patiënt. Na de aanval kan de patiënt zich nog zeer onevenwichtig en onzeker voelen bij het lopen. Graag kijkt de patiënt 4 meter voor zich uit. 

 

 

Een bril tegen duizeligheid

Reeds 70 jaar wordt ter bestrijding van de duizeligheid bij de Ziekte van Ménière de Utermöhlen prismabril voorgeschreven. Bekend is dat het evenwichtsorgaan invloed heeft op de oogspieren. De duizeligheids aanval gaat vaak gepaard met rukkende oogbewegingen (nystagmus). Omgekeerd heeft de oogspierspanning invloed op het evenwichtsorgaan. De Utermöhlen prismabril beïnvloedt deze wisselwerking.

De Utermöhlenprocedure

Deze omvat niet alleen het aanpassen van prisma’s, maar er gaat een fase aan vooraf: het nauwkeurig corrigeren van refractie afwijkingen ofwel het vooschrijven van een “gewone” bril. Hierna worden onder andere met de Utermöhlen proef de prisma’s in de bril aangebracht.

De twee aspecten, een goede refractiecorrectie, en de juist aangemeten prisma’s zijn belangrijk ter bestrijding van duizeligheid en handhaving van de stabiliteit. 

Evaluatie

Hoewel tot nu toe geen sluitende verklaring voor de werking van de bril is gevonden, is de tevredenheid onder de Utermöhlen prismabril dragers groot. Dit bevestigt ook het evaluatie onderzoek van Vente en De Wit. [Evaluatie van het gebruik van prisma’s bij de Ziekte van Ménière . Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde 1996 31 augustus:140 (35)].

 
De diagnose was steeds gesteld door een KNO arts. Er werd alleen gelet op duizeligheid, de symptomen oorsuizen en slechthorendheid bleven buiten beschouwing. Het blijkt dat een halfjaar na de aanpassing van de prismabril meer dan 60% van de patiënten vrij is van duizeligheidsaanvallen, terwijl nog eens 20% aangeeft duidelijk minder last te hebben, ook zonder antivertigonosa.

Opmerkelijk is ook dat juist ernstige gevallen zeer goed reageren op de prismabril. En dat ook de klachten bij de meeste patiënten ongeveer op 50 jarige leeftijd beginnen, de leeftijd waarop ook de ouderdomsverziendheid begint.

Download de brochure over de Utermöhlen Prismabril lezing

Print Print